Het College voor de Rechten van de Mens is vastgesteld als één van de grondrechtenautoriteiten Artificiële Intelligentie (AI). Het College moet er in Nederland op toezien dat grondrechten worden gerespecteerd bij de inzet van AI.
Onder de AI-verordening zijn alle lidstaten verplicht om grondrechtenautoriteiten op het gebied van AI aan te stellen.
Artikel 77 van de AI-verordening omschrijft de grondrechtenautoriteiten als ‘Nationale overheidsinstanties of -organen die de nakoming van verplichtingen krachtens Unierecht ter bescherming van grondrechten, waaronder het recht op non-discriminatie, met betrekking tot het gebruik van de in bijlage III vermelde AI-systemen met een hoog risico controleren of handhaven.’










